Het boeddhisme heeft zich altijd uitgedrukt in de taal en het wereldbeeld van de cultuur waarin het terecht kwam. Daarom zijn er zoveel verschillende boeddhismen. Dat is én een grote rijkdom, én een grote bron van verwarring.
We moeten niet bang zijn om een hedendaagse westerse taal te vinden. Niet bang maar wel voorzichtig. We mogen het kind niet met het badwater weggooien. We hoeven daarbij ook niet over één nacht ijs te gaan. Dit is een proces dat zich zelfs niet in decennia, maar in eeuwen uitdrukt. Er zal altijd die open vraag blijven: zijn we nog op het goede pad? En zolang we bereid zijn die vraag open te houden, zijn we dat waarschijnlijk nog.
Zen is een van die vele uitdrukkingsvormen. En zen heeft in China en Japan altijd deel uitgemaakt van een debatcultuur tussen verschillende boeddhistische stromingen. Die polemiek hebben we nodig om niet verzanden.
Mindfulness is een andere uitdrukkingsvorm. Ook de polemiek errond maakt deel uit van die debatcultuur. Zelfs het feit dat het zichzelf expliciet niet boeddhistisch noemt, is typisch boeddhistisch. ‘Als de Boeddha in de weg zit: weg ermee’ zei een oude zenleraar tegen Jon Kabat-Zinn.
Waar wij in onze zen voor kiezen, is het zoeken naar eigentijdse woorden en vormen, zonder de band met de traditie door te knippen.