Op haar website publiceerde het Centre d’Action Laïque een Communiqué met als titel: ‘Le bouddhisme est une religion’.
Zoals vaak in dit soort discussies wordt er niet de moeite genomen om het woord religie te definiëren. Het woord kan op veel verschillende manieren gebruikt worden. Als je het maar breed genoeg definieert zou je het boeddhisme maar ook de vrijmetselarij en zelfs de georganiseerde vrijzinnigheid als religies kunnen beschouwen.
Ik stel voor te rade te gaan bij een onverdachte bron. In zijn boek ‘Breaking The Spell’ hanteert de bekende atheïstische filosoof Daniel Dennett als definitie van religie: ‘Social systems whose participants avow belief in a supernatural agent or agents whose approval is to be sought.’
Dennetts definitie sluit goed aan bij de terminologie van de Belgische Grondwet. Daar wordt niet het woord ‘religie’ gebruikt, maar ‘eredienst’ (in het Frans ‘culte’). De zes erkende erediensten zijn monotheïstische religies die duidelijk onder Dennett’s definitie vallen.
Zoals Dennet zelf ook al opmerkt hoort het boeddhisme in dit rijtje niet thuis. In hetzelfde hoofdstuk schrijft hij: ‘Buddhism and Islam, for all their similarities, deserve to be considered two entirely different species of cultural phenomenon.’
Helemaal pijnlijk is dat de CAL het boeddhisme beter meent te kennen dan het boeddhisme zelf. Het is een flagrant voorbeeld van wat de antropoloog en voormalig voorzitter van het Humanistisch Verbond, Rik Pinxten, de koloniale attitude noemt. In zijn boek “The Creation of God” definieert hij het als ‘the fallacy of the “colonial attitude”: one necessarily projects one’s categories upon all other traditions, unless the control by the subjects studied is built into the method in a systematic way.’ Het is onvermijdelijk dat we spontaan de ander interpreteren in functie van onze eigen categorieën. Het enige antidotum daartegen is dat we onze interpretatie laten toetsen door die ander in een open dialoog.
Dat is wat ik mis in dit verhaal: een open dialoog.